Kees Bakker, Wandelen in Boedapest (2002) Bron: www.keesbakker.com

Wandelen in Boedapest

door Kees Bakker

Bij een vakantie in Hongarije hoort een bezoek aan de hoofdstad. De wandeltips in dit hoofdstuk maken u wegwijs. Voor wie wat langer in de stad wil rondkijken is er de uitvoerige stadsgids Boedapest, metropool in het hart van Europa, die bij uitgeverij Mets verscheen.

Het Burchtkwartier

U bereikt het in wijk I gelegen Burchtkwartier het gemakkelijkst met de Sikló, half lift half tram, tegenover de Lánchíd, de Kettingbrug. U kunt ook de rode metrolijn nemen naar het Moszkva tér en daar op de minibus stappen.
De straatjes hier zijn stuk voor stuk een wandeling waard. Heel wat huizen stammen uit de middeleeuwen. Waar de restaurateurs gotische elementen vonden, hebben ze die zichtbaar gemaakt. In de Táncsics Mihály utca, op nr 23 en 26 werden twee gotische synagogen gevonden. De eerste werd in 1461 gebouwd. De Mátyástemplom, Mattheuskerk, is neogotisch. De gotische kerk die hier stond, werd op het eind van de eeuw ingrijpend verbouwd en in 1896 ingewijd. Uit dezelfde tijd stamt ook het neoromaanse witte Vissersbolwerk.
Van het Burchtkwartier is het een paar minuten lopen naar het voormalige koninklijk paleis, dat ook al op het eind van de vorige eeuw na een ingrijpende verbouwing in gebruik werd genomen. Uit opgravingen is intussen gebleken dat hier al in de middeleeuwen een indrukwekkend kasteel moet hebben gestaan. In het paleis bevindt zich een tentoonstellingsruimte voor moderne beeldende kunst, een kunsthistorisch museum, dat een overzicht geeft van de Hongaarse beeldende kunst van de 13de tot in het begin van de 20ste eeuw en een historisch museum. Hoogtepunt van de collectie van het historisch museum is de verzameling laatgotische beelden uit het burchtpaleis van koning Mátyás.

Batthyány tér

Als u de metro terug neemt, kunt u op het Batthyány tér uitstappen. Met de rug naar de Donau staand ziet u links de 18de-eeuwse Sint-Annakerk. Het gebouw rechts was in die tijd het ziekenhuis.
In de jaren rond 1900 zijn overal in de stad grote overdekte markthallen gebouwd. Een van deze vaak prachtige stalen constructies ziet u links voor u aan de overkant van de straat. De hal is tegenwoordig als supermarkt in gebruik. Rechts ernaast staan nog enkele 18de-eeuwse stadspaleizen.
Als u rechts de Fő utca, de Hoofdstraat, inloopt ziet u links het gebouw van de militaire rechtbank, met zijn smalle en hoge raampartijen een imposant stukje architectuur uit de jaren 30 van de 20ste eeuw. In 1944 was het bij de Duitse Gestapo in gebruik en zo werd het in het zicht van de Duitse nederlaag voor velen het vertrekpunt naar het concentratiekamp. Een plaquette die daaraan herinnert, vindt u aan de achterkant van het gebouw. Daar ziet u ook de grote deur waardoor in de jaren ’70 dissidenten werden binnengereden. In die tijd had de politieke politie een deel van het gebouw in gebruik. Eén van de onvrijwillige bezoekers uit die tijd was de romanschrijver György Konrád.
Iets verder in de Fő utca op nr 82 staat het sierlijkste toonbeeld van 18de-eeuwse chic in deze buurt. Het gebouw maakt deel uit van een badgelegenheid die al in de Turkse tijd bestond. Een enkele steen in het bouwsel op de hoek is nog uit die tijd afkomstig. Het groene gebouw om de hoek in de Ganz utca dateert uit het begin van de 19de eeuw. Het verschil met de ingewikkelde voorkant van het complex is frappant. Het laat zien hoe bescheiden en eenvoudig de classicistische bouwstijl aanvankelijk was.
Aan de overkant van de Ganz utca staat een heel fraai en intiem Grieks-orthodox kerkje. Links in het portaal bevindt zich het kapelletje van de Zoete Moeder. De kerk werd halverwege de 18de eeuw gebouwd. Het straatniveau lag in die tijd anderhalve meter lager dan tegenwoordig. In 1936 werd het heiligdom in zijn geheel naar het nieuwe peil omhooggebracht.

Óbuda

Óbuda, wijk III, is door de flatbouw ingrijpend van karakter veranderd. Iets van de oude, wat dorpse sfeer vindt u nog in de Szépvölgyi út, op het randje van deze wijk, en in zijstraten als de Pusztaszeri út. U kunt het bereiken met bus 84 van het Moszkva tér.

Pest

Het oude Pest, in wijk V, lag rond het bruggehoofd van de Erzsébethíd, een verbinding die overigens pas op het eind van de vorige eeuw tot stand kwam.
De stadsmuur liep langs de Tolbuhin körút en de Múzeum körút en kwam voor het Vörösmarty tér weer bij het water uit. In het plaveisel van de Váci utca vlak bij dat plein zijn de contouren aangegeven van de toenmalige stadspoort.
Het Vörösmarty tér is een druk en gezellig plein vlak bij het metroknooppunt Deák. Het is een prima uitgangspunt voor een wandeling in het aan deze kant van de Kossuth Lajos utca gelegen deel van het oude Pest en in Lipótváros, dat deel van wijk V, dat tussen de Margithíd en het Vörösmarty tér in ligt. Het stuk van de Váci utca tussen het Vörösmarty tér en de Kossuth Lajos utca is de deftige winkelstraat van de stad. De buurt werd in de jaren omstreeks 1900 vrijwel in zijn geheel opnieuw gebouwd. Maar u vindt hier ook interessante monumenten uit later tijd. Iets aparts is het woonhuis in de Régi pósta utca 13 tegenover McDonald’s. Het werd in 1937 gebouwd. Zowel buiten als in de hall vindt u nog de originele kleuren rood en zwart. Het is een van de meest strenge Bauhaus-gebouwen in de stad, maar toch typisch Hongaars door de versiering in de gevel, de postkoets, een romantische plastiek die wel op zeer gespannen voet lijkt te staan met de zakelijkheid van het pand.
Het mooiste voorbeeld van de Hongaarse Bauhaus-stijl staat aan de andere kant van de Váci utca. Het is de winkelpassage op de hoek van de Párizsi utca en de Petőfi Sándor utca. Let op de gebogen lijnen en de afgeronde hoeken in de gevel en op de rij zuilen in de passage. De Petőfi Sándor utca leidt rechts naar het Martinelli tér. Aan dat plein staan twee panden, die elk een heel eigen oplossing laten zien van het probleem van de Hongaarse secessie: de combinatie van symbolische en folkloristische elementen met een moderne constructie. Het winkelpand op nr 3 met de hoge ramen is uit 1906. Het gebouw op nr 5 is een werk van Béla Lajta uit 1910. Het is veel strakker en moderner van opzet, geldt ook als het eerste “moderne” gebouw van de stad, maar de probleemstelling is hetzelfde.
Aan de andere kant van de Kossuth Lajos út is het meest van het 19de-eeuwse Pest bewaard gebleven. Tegenwoordig is het de studentenwijk. U kunt het bereiken met de rode metro, halte Astória. Als u de Múzeum körút inloopt, kunt u links voor het museum de Bródy Sándor utca in, waar u op nr 8 het oude parlementsgebouw vindt.
Op het Kálvin tér, aan de andere kant van de Múzeum körút, stond vroeger een stadspoort. Vlak na het afbreken van de poort en de muur aan het begin van de 19de eeuw werd hier de hervormde kerk gebouwd. Terwijl Serven, Grieken en Duitsers hun godshuizen in de oude stad hadden, kerkten de Hongaarse hervormden net als de joden buiten het oude centrum.
In de Váci utca staat op nr 44 een woonhuis dat in 1940 in de stijl van het Hongaarse Bauhaus gebouwd werd. U ziet hoe de architect hier in het kader van de strakke vormgeving gezocht heeft naar mogelijkheden voor toch wat sier. Frappant zijn de gebogen lijnen van het plafond in de hal.
Iets verder, in de Szerb utca, komt u bij het intiemste heiligdom van de stad, de Servisch-orthodoxe kerk. Het gebouw stamt uit de eerste helft van de 18de eeuw.
De enige gotische kerk van Boedapest ligt aan de andere kant van de Kossuth Lajos utca, aangedrukt tegen het bruggehoofd van de Erzsébethíd. De kerk is in de Turkse tijd als moskee in gebruik geweest. U vindt er nog een Turkse gebedsnis.
Wanneer u voor de kerk staat, ziet u rechts het standbeeld van Sándor Petőfi, de dichter wiens naam verbonden is met de opstand tegen de Habsburgers in 1848. Over de vraag hoe en wanneer Petőfi is overleden, verschillen in Hongarije de meningen. De meeste historici nemen aan dat Petőfi op het veld van eer het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld had. Maar er zijn ook mensen die ervan uitgaan dat de dichter als krijgsgevangene naar Siberië is afgevoerd door troepen van de Russische tsaar, die zijn Oostenrijkse collega tegen de Hongaren te hulp was geschoten. Het bericht van Hongaarse onderzoekers, dat zij op een Siberisch kerkhof de stoffelijke resten van Petőfi gevonden zouden hebben, leidde in historische kring tot een jarenlange discussie. Uiteindelijk bleek dat het lijk in kwestie had toebehoord aan een vrouw.
Achter het standbeeld vindt u de Grieks-orthodoxe kerk. De kerk raakte tijdens de belegering van Boedapest op het eind van de tweede wereldoorlog zwaar beschadigd en mist tot op de dag van vandaag een van haar torens.

Lipótváros

De eerste stadsuitbreidingswijk van het oude Pest was Lipótváros in wijk V. U kunt de rode metro nemen, halte Kossuth Lajos tér. In het begin van de vorige eeuw moet het er daar nog heel dorps hebben uitgezien met woningen en werkplaatsen, die zelden bovenverdiepingen hadden. Vanaf het midden van de eeuw werden hier woonhuizen met een verdieping gebouwd, die er later vaak nog een etage bij kregen. Dat is nog steeds te zien, omdat deze huizen op de plek waar vroeger de dakgoot zat een sierlijst hebben. Deze huizen werden gebouwd in een classicistische stijl, eenvoudig, maar niet zelden bijzonder fraai. Heel anders dan tegen het eind van de eeuw werd in deze huizen wel zorg aan de hof besteed. U vindt ze bijvoorbeeld in de Arany János utca. Prachtige voorbeelden van de architectuur van halverwege de 19de eeuw vindt u ook aan het plein rond de Szent Istvánbasiliek, het Szent István tér.
Eind 19de eeuw werd Lipótváros opnieuw bebouwd. Veel oudere gebouwen moesten ervoor opzij. Eigenlijk ontstond hier in die tijd het nieuwe stadscentrum met het gigantische parlementsgebouw op het Kossuth tér, de beurs op het Szabadság tér, het Vrijheidsplein, en de Sint-Stefanusbasiliek, die in deze tijd voltooid werd.
Achter het Szabadság tér, in de Rosenberg házaspár utca, vindt u één van de fraaiste voorbeelden van de Hongaarse secessie, het gebouw van de postspaarbank.
Mooie uitingen van de Hongaarse Nieuwe Zakelijkheid uit de late jaren dertig zijn de hervormde kerk op Szabadság tér nr 2 en het woonhuis in de Guszev utca 7.

Andrássy út

In de jaren 70 van de 19de eeuw kreeg Boedapest zijn eigen Parijse boulevard, de tegenwoordige Andrássy út in wijk VI. De straatnaam houdt de herinnering levend aan Gyula Andrássy, de Hongaarse aristocraat die na een ballingschap in Parijs terug kwam om keizer Frans Jozef de Hongaarse koningskroon op het hoofd te drukken en de plattegrond te ontwerpen van de nieuwe Hongaarse hoofdstad. U kunt er komen met de gele lijn van de metro vanaf het metroknooppunt Deák, maar u kunt het daarvandaan ook lopen. Aanvankelijk hield de boulevard al bij het huidige Oktogon weer op, maar later werd hij doorgetrokken tot aan het Városliget, het stadspark. De boulevard speelde in die tijd nog geen enkele rol als verkeersader, hij was er puur voor de deftigheid. Op het eind van de eeuw kreeg hij ook nog eens zijn eigen ondergrondse, een ratelend wereldwonder, dat een al even onserieus eindstation had als de boulevard: het park.
De woonhuizen aan het eerste stuk van de Andrássy út werden door rijke stadsbewoners gebouwd en verhuurd. Op de begane grond hadden ze winkels, op de eerste en tweede etage lagen luxe woningen. De woningen op de verdiepingen daarboven waren kleiner en bestemd voor mensen uit de kleine burgerij. In de eerste jaren van het bestaan van deze straat moeten de bewoners een uiterst gemengd gezelschap hebben gevormd. Dit veranderde enigszins toen het vervolg van de boulevard gereedkwam. De villa’s der rijken, die vooral tussen het Kodály körönd en het Hősök tere verrezen, zorgden ervoor dat ook het oudere deel van de boulevard bij de rijken meer in trek kwam.
Behalve winkel- en woonstraat was de Andrássy út ook een uitgaansstraat. Aan de boulevard werd de prachtige Opera gebouwd, er waren cafés en theaters, restaurants en chique lunchrooms.
Het stukje tussen het Oktogon en de Opera heeft die functie nog steeds. Op het Jókai Mór tér vindt u verschillende theaters. Aan de overkant, op het Liszt Ferenc tér, staat de pompeuze muziekacademie, die een mooie concertzaal heeft. In de Nagymező utca staat het Ernst Múzeum, een fraaie tentoonstellingsruimte voor moderne beeldende kunst.
De boulevard loopt uit op het Hősök tere, het Heldenplein. Het plein nodigt door zijn omvang uit tot het houden van grote bijeenkomsten. In 1930 bijvoorbeeld was dit het vertrekpunt van een enorme demonstratie van werklozen, die de stad op zijn kop zetten en tot op de huidige Lenin körút barricades oprichtten. De demonstratie werd door velen opgevat als een teken dat het Horthy-regime op zijn laatste benen liep. Een jaar later echter begon in Hongarije de grote economische crisis en nog weer wat later kwam in Duitsland Hitler aan de macht. Op het politieke klimaat in Hongarije had dat grote invloed en het land zou uiteindelijk ook als bondgenoot van Hitler de oorlog ingaan.
In 1948 vond hier de massale viering plaats van de vereniging van de communistische en de sociaal-democratische partij. De feestelijkheden vormden feitelijk het begin van de periode van de terreur. Onmiddellijk erna begon de politieke politie sociaal-democraten op te pakken, van wie verondersteld werd dat zij tegenstanders van de fusie waren. Zij waren de eerste honderden van de uiteindelijk vijftigduizend mensen die om politieke redenen in de prille jaren ’50 in gevangenissen of dwangarbeiderskampen vastzaten. De eerste Eerste Mei na de opstand van 1956 werd ook op dit plein gevierd. Voor alle zekerheid waren Boedapesters die om de een of andere reden als politiek onbetrouwbaar golden, voor de duur van de feestelijkheden in het concentratiekamp van Tököl opgesloten. Nog weer wat later werd op dit plein de Russische ruimtevaarder Joeri Gagarin ingehaald.
Eigenlijk begon op dit plein ook het afscheid van het Hongaarse socialisme. Zo werd hier in de jaren ’80 de rockopera ‘Szent István a király’ opgevoerd. De opera, in elkaar gedraaid door een popster uit de jaren ’70, werd in Hongarije het symbool van herwonnen nationaal zelfbewustzijn. In 1989 tenslotte vertrok vanaf dit plein de stoet, die Imre Nagy, de regeringsleider uit de tijd van de opstand van 1956, naar een nieuw graf begeleidde.
Rechts van het monument bevindt zich het belangrijkste museum voor moderne beeldende kunst in de stad, de Mőcsarnok of Kunsthal. In het museum aan de overkant bevindt zich een grote verzameling Egyptische kunst en een internationale collectie beeldende kunst. Veel daarevan is afkomstig uit het bezit van de familie Esterházy. De Esterházy’s hadden kennelijk een zwak voor de schilders van de Spaanse Gouden Eeuw. In de Spaanse zalen hangt onder meer werk van Murillo en Zurbarán, El Creco, een prachtige Maria van Alonso Cano, maar ook een krijgstafereel van Goya. Natuurlijk hadden de Esterhazy’s ook wat Hollandse landschapjes en portretten. Tot de Esterhazy-collectie behoort ook het beroemde portret van Karel V van Barend van Orley (1488-1541). Het museum heeft verder een bescheiden collectie 20ste-eeuwse kunst, met onder andere een paneeltje van Le Corbusier, de ‘Doek van Veronica’, een indrukwekkend schilderij van Kokoschka uit 1909 en drie werken van Corneille uit 1947, het jaar waarin de latere Cobra-schilder in Boedapest exposeerde.
Achter het Hősök tere ligt het stadspark. U vindt daar onder meer een kermis en de dierentuin. De dierenverblijven en de toegangspoort dateren uit het begin van de 20ste eeuw. Ze werden ontworpen in een stijl die verwantschap vertoond met de Art-Déco.

In de buitenwijk

Een goed uitgangspunt voor een kennismaking met het naoorlogse Boedapest is het őrs Vezér tere in wijk XIV, de eindhalte van de rode metrolijn. Het plein heeft een flink winkelcentrum. Eromheen liggen de boetieks van kleine zelfstandigen. Op het plein staan vaak ook mensen die groenten of bloemen uit hun eigen tuin te koop aanbieden.
Rondom het plein ziet u de flats die sinds de jaren ’60 op grote schaal in de buitenwijken zijn neergezet. Ze zijn uit geprefabriceerde panelen opgebouwd en heten daarom hier panelházak. De flatbouwgolf was overigens in het begin van de jaren ’80 in grote lijnen voorbij.
Als u in de voetgangersonderdoorgang het bordje Lakótelep volgt, komt u in een woonwijk uit de jaren ’50. De huizen aan deze kant zijn deftig voor die tijd, meer in de richting van de Thököly út wordt het eenvoudiger. De overeenkomst met de architectuur uit de Hollandse jaren ’50 valt op. In het Hongarije van partijleider Rákosi en in het Holland van Romme werden de woningen van dezelfde classicistische verfraaiingen voorzien.
Langs dezelfde metrolijn, een paar haltes terug, ligt aan de gelijknamige halte het Népstadion, het enorme voetbalpaleis dat hier in het sterfjaar van Stalin, 1953, verrees. Vlak na de voltooiing ervan beleefde het Hongaarse voetbal zijn nadien niet meer geëvenaarde gloriedagen. De belangstelling van het publiek was enorm. Het gebeurde regelmatig dat behalve het stadion ook de straat ervoor stampvol mensen stond. Zij volgden de wedstrijd op hun gehoor en zij probeerden uit de geluiden die uit de kelen van de 73 000 supporters opstegen, gewaar te worden wat er zich op de grasmat afspeelde.
Het gebouw naast het stadion werd in 1899 gebouwd. Het is een fraai specimen van de eigen Hongaarse variant van de secessie.
Als u de straat uitloopt, kunt u in de Thököly út een bus of tram nemen naar het Baross tér. Daar hebt u de metro weer bij de hand.

Secessie

De belangrijkste schepping van de Hongaarse Jugendstil staat op de hoek van de Ullői út en de Ferenc körút in wijk IX. Ze is te bereiken met de blauwe metrolijn. Het gebouw is in gebruik als Museum voor Industriële Vormgeving en dus ook vanbinnen te bezichtigen.
Het loont de moeite om via de voetgangersonderdoorgang diagonaalsgewijze over te steken voor een andere bezienswaardigheid, de Corvin köz. Het plein met deze bioscoop in het midden was in 1956 een van de centra van de gewapende opstand. In de school op de hoek hadden de stadsguerrilla’s hun eigen keuken. De bioscoop was het hoofdkwartier en in het park eromheen begroeven zij hun doden. Bij de benzinepomp achter de bioscoop werden de eerste molotovcocktails gebrouwen. Het grote hoekige gebouw aan de andere kant van de Ullői út was in die tijd kazerne: het hoofdkwartier van Pál Maléter, die in de loop van de opstand minister van Defensie werd.
Als u de tips in dit hoofdstuk volgt, komt u de belangrijkste secessie-monumenten in het centrum vanzelf tegen. Aan een latere poging om een eigen Hongaarse bouwstijl te scheppen is de naam verbonden van Károly Kós. Buiten de stad, iets verder langs de blauwe metrolijn kreeg deze architect de kans om niet maar een gebouw, maar een hele wijk te ontwerpen. Het is de Weckerle-telep, de eerste tuinstad van Boedapest. U stapt bij de halte Határ út uit, neemt de rechtse uitgang in de voetgangerspassage, loopt een eindje rechtdoor in de rijrichting van de metro en gaat dan rechtsaf de Pannónia út in. Aan de andere kant van de wijk, op de hoek van de Ady Endre út en de Hungária út, staat het politiebureau. Het is karakteristiek voor de richting in de architectuurvernieuwing, die Kós voorstond.

Synagogen

In het stadsdeel tussen de Rákóczi út, de Majakovszkij utca, de Tanács körút en de Lenin körút lag vroeger de jodenbuurt. Op het eind van de tweede wereldoorlog was dit het getto waarheen de joodse inwoners van de stad werden gedwongen te verhuizen. Terwijl de stad omsloten werd door het Rode leger, oefenden de Hongaarse fascisten hier een afschuwelijke terreur uit. Nacht na nacht haalden ze mensen uit de huizen om die aan de Donau neer te schieten. In de tuin van de grote synagoge aan de Dohány utca ziet u bordjes met daarop namen van slachtoffers wier stoffelijke resten nooit gevonden zijn. Net als in zoveel Europese steden liep zo de geschiedenis van een gezellige, levendige en karakteristieke wijk op een nachtmerrie uit. De joodse wijk heeft zich van die ramp eigenlijk nooit meer hersteld. Oorlogsgaten bleven open en de synagogen raakten in verval.
In de jaren ’80 echter kwam de renovatie van deze wijk op de agenda. Het herstel van de drie synagogen, een voor een waardevolle monumenten, is intussen voltooid. U vindt de synagogen in de Dohány utca, in de Rumbach Sebestyén utca en in de Kazinczy utca. De eerste twee dateren van halverwege de vorige eeuw. Ze werden door Weense architecten gebouwd. De synagoge aan de Kazinczy utca dateert uit 1910. In de versiering werkt de secessie nog door, maar in de vormgeving is het gebouw al modern.
Aan het Klauzál tér staat een prachtige markthal. In de Majakovszkij utca, ooit het hart van de joodse wijk, vindt u nog verschillende mooie woonhuizen uit het midden van de 19de eeuw.