Kees Bakker, Van Dunaújváros naar Mohács (2005). Bron: www.keesbakker.com

Van Dunaújváros naar Mohács

Door Kees Bakker

Apostag en Kiskőrös

Van Dunaújváros rijdt u naar Dunaföldvár. Fietsers nemen de weg over Nagyvenyim en Mezőfalva. Automobilisten kunnen de E73 nemen. In Dunaföldvár, misschien nog mooier aan de Donau gelegen dan Dunaújváros, ligt een gecombineerde spoor- en autobrug over de Donau.
Aan de andere kant begint een prachtig, rijkbebost gebied. Het is een van de eilanden die de rivier heeft doen ontstaan.
Direct nadat u de tweede rivierarm bent overgestoken, gaat u linksaf naar Apostag om er naar de synagoge te kijken. Het is een gebouw uit 1822, halverwege tussen barok en classicisme, van buiten eenvoudig, maar van binnen prachtig versierd. Het is nu in gebruik als cultureel centrum. In de tweede helft van de 18de eeuw vestigden zich hier voor het eerst Joden. Een eeuw later trokken velen weer weg, omdat het dorp te geďsoleerd lag. Onder andere de Joodse gemeenschap van Kiskőrös werd van hieruit gesticht.
U rijdt dezelfde weg terug, die u gekomen bent en gaat dan verder naar Solt. In dit plaatsje staat een paleis uit het begin van de 19de eeuw. U neemt weg nr 52 in oostelijke richting en gaat rechtsaf naar Akasztó. De weg loopt door een prachtige poesta. Voorbij Akasztó gaat de poesta over in een kleinschalig cultuurlandschap. In Kiskőrös, aan het begin van de naar hem genoemde straat, staat het geboortehuis van de dichter Sándor Petőfi. Er is een klein museum ingericht. Aan dezelfde straat vindt u een Joodse school uit 1912. Het is het enige, wat er van het grote synagoge-complex nog over is.

Kalocsa

In Kiskőrös neemt u de weg naar Kalocsa, een klein maar toch interessant, sfeervol en oeroud plaatsje. In de tijd van koning Stefanus wiens standbeeld tegenover de kerk staat, was Kalocsa al een bisschopszetel. In het centrum staan naast elkaar de grote barokke rooms-katholieke kerk en het bisschoppelijk paleis. In een kring eromheen bevinden zich grote en deftige barokke panden.
Ook langs de István király út staan nog verschillende woonhuizen uit die tijd.
Als u er in de nazomer bent, zult u in Kalocsa en omgeving overal donkerrode paprika’s tegen de huismuren zien hangen. Ze hangen daar te drogen om als het zover is tot poeder vermalen te worden. De paprika van Kalocsa geldt onder kenners als een delicatesse.
Bij de Hongaarse groenteman vindt u paprika’s in twee kleuren, rood en geel. Beide kleuren kennen een scherpe en een zachte variant. De gele paprika is fris van smaak, de rode is zoeter. Een groene paprika vinden Hongaren onrijp. De scherpe gele paprika wordt wel ingelegd in zuur, waardoor de smaak wat verzacht wordt. Hongaren eten de zure paprika bij de warme maaltijd en ze eten hem helemaal op, pitten en steel incluis. Bij het brood eten ze graag een verse gele paprika.
Vanaf Kalocsa voert een stille weg naar Miske, een mooi boerendorp, en vandaar naar Hajós. De school van dit dorp is het vroegere zomerverblijf van de bisschop van Kalocsa. Even verder ligt Hajós pincék met op een rij de gelijkvormige wijnkelders van de boeren van Hajós.

In de richting van Jánoshalma wordt het landschap ruiger en ook kleinschaliger. De wijnstok verschijnt in het landschap en de schaapherder. Jánoshalma is in de middeleeuwen gesticht door Serviërs die hun land voor de Turken ontvlucht waren. In de vorige eeuw was het een aanzienlijke en welvarende boerenplaats. Het centrum kreeg een uitgesproken stedelijk karakter. Daar, op de hoek van de Rákóczi út en de Petőfi Sándor utca, staat ook de synagoge die uit de jaren 40 van de 19de eeuw stamt.

Baja

In Jánoshalma gaat u linksaf naar Csávoly en vandaar naar Baja. Dit stadje werd na het vertrek van de Turken bevolkt met Serviërs, Duitsers, Joden en ook Hongaren. Aan de Szabadság útja 8 in het centrum vindt u een barokke Servische kerk met een prachtige iconostase en aan de Munkácsy Mihály utca 7 een indrukwekkende classicistische synagoge uit het midden van de 19de eeuw. Ze is nu als bibliotheek in gebruik. Het gebouw ertegenover was de joodse school. Even buiten de stad ligt de kazerne, in een grijs verleden bewoond door de huzaren van de kaiserliche und königliche Armee, zoals het leger van de Dubbelmonarchie genoemd werd. Na de tweede wereldoorlog trok het Rode leger erin. De sovjetmilitairen leefden er tientallen jaren lang in een volledig isolement. Alleen bij de plechtige herdenking van de bevrijding en van de oktoberrevolutie was er in de stad eens een glimp van een hooggeplaatste kazernebewoner op te vangen. Even onbekend als toen ze er kwamen, hebben de sovjetsoldaten Baja in 1989 weer verlaten. Van de ooit zo elegante huzarenkazerne lieten ze niet veel meer dan een puinhoop over. Kranen waren van de muren gerukt, elektriciteitsdraad, stopcontacten en toebehoren eveneens. Hier en daar bleken zelfs de ramen compleet met de sponningen verdwenen. U passeert de kazerne onderweg naar de brug over de Donau. Aan de andere kant van de brug, langs de rivier, ligt een bebost en waterig natuurgebied. U kunt in Baja kamperen.

Mohács

Vanuit Baja rijdt u in zuidelijke richting door een weids landschap langs wijn- en boomgaarden naar Bátmonostor. Na dit plaatsje wordt het landschap glooiender met stukken bos en moeras. De weg van Nagybaracska naar Mohács leidt door een mooi door watertjes doorsneden gebied. Karakteristiek zijn de rijtjes landarbeiderswoningen. Hier en daar staat nog een schuur voor de opslag van maďskolven. Langs de veranda’s hangen strengen met paprika’s. Op de akkers hier wordt nog steeds maďs verbouwd, maar daarnaast ook suikerbiet.
U kunt met de pont naar Mohács oversteken.

Hoewel Mohács aan de Donau ligt en dus van langskomende handel wel een graantje meegepikt zal hebben, was het toch in de eerste plaats een boerenstad en die sfeer hangt er nog altijd. Als u van de hoofdstraat afwijkt, zult u nog verschillende fraaie en rijke boerenwoningen vinden. Heel mooi zijn de boerderij met de zuiltjes op de hoek van de Kazinczy utca en de Jókai Mór utca en de boerderij met de deftige karrepoort in de Eötvös utca 12. In diezelfde straat vindt u het monument ter herinnering aan de uit Mohács weggevoerde Joden.
Mohács is behalve een plaats ook een begrip. Hier in de buurt immers leed het Hongaarse leger in 1526 de beroemd geworden nederlaag tegen de Turken. Sindsdien is Mohács het symbool van wat Hongaren geneigd zijn als hun tragische lot te beschouwen. De geschiedenis vertoont, menen zij, als het om hun land gaat, maar al te vaak het gedrag van de spreekwoordelijke stoomwals. Hoe moedig of eventueel laf zij ook zijn, als die wals voorbij is, zijn zij niet meer dan een kras in het plaveisel. Ook als zij gelijk hebben, is het de vraag of dit nu een les is, die uit Mohács te leren valt. Hoe rampzalig ook verlopen was de slag toch meer een incident, onderdeel van een wraakoefening, die nog niet eens tegen Hongarije, maar tegen Wenen gericht was en die de Turken op verzoek van hun Franse bondgenoten ondernamen. Na de campagne trokken de Turken zich ook terug, om pas in de jaren ’40 opnieuw acte de présence te geven.
Het kan natuurlijk niet anders of de bloedige veldslag is hier op gezette tijden herdacht. In en rond Mohács vindt u daar de stenen overblijfselen van. Ook de mooie kerk op het Széchenyi tér, waarvan de bouw op de kop af vierhonderd jaar na de slag begon, is gewijd aan de helden van toen, wier stoffelijke resten bij opgravingen op het slagveld inmiddels aan het licht zijn gebracht. Het kerkgebouw kwam pas in 1940 gereed. Vooral van binnen zit het knap in elkaar. Het stadhuis van Mohács kreeg uitgerekend een islamitisch aandoende stijl. U vindt het aan hetzelfde plein. Het treffen tussen de Turken en de Hongaren speelde zich een eindje ten zuiden van de stad af langs de weg naar Udvar.

In Hongarije zijn in de jaren ’60 en ’70 op heel grote schaal flats gebouwd. Mede ten gevolge van de bouwtechniek -prefab-elementen- viel de vorm van deze gebouwen buitengewoon strak en eenvoudig uit. Deze flatbouwgolf vormde het hoogtepunt en tegelijk ook het eindpunt van het functionele bouwen, de Hongaarse Nieuwe Zakelijkheid. Aan het eind van de jaren ’70 raakte behalve de betrokken bouwindustrie ook deze stijl in een crisis en sindsdien zoeken bouwers naar een kleinere schaal en een manier van bouwen die meer variatie toestaat. Onder architecten is de belangstelling voor de stijlen uit de periode voor de Nieuwe Zakelijkheid toegenomen. Zij grijpen graag terug op de neostijlen uit de laatste periode van de 19de eeuw en op de Jugendstil. Een sterk voorbeeld van deze nieuwe manier van bouwen is het woningencomplex op de hoek van de Jókai Mór utca en de Szabadság út. De architect heeft zich onmiskenbaar laten inspireren door de neo-classicistische architectuur van het eind van de 19de eeuw. Speelse oplossingen worden opgevangen in een strakke vorm. Bogen en zuilen accentueren het klassieke karakter van het complex. In de hof, door de poort net zichtbaar, staat de supermarkt, gebouwd op het principe van de gekantelde kubussen.